Nieuws

Nieuwsbericht

Interview Hans Laseur, Weifang Far East Farming, China

Interview Hans Laseur, Weifang Far East Farming, China


Hans is nertsenhouder in hart en nieren en hij vertelt in dit openhartige interview hoe het is om in China een farm te runnen. De farm is naar westers voorbeeld opgezet, in de tussentijd uitgebreid tot ca 60.000 kooien, hij maakt zelf het voer en verkoopt de vellen op de Chinese markt. 

In de 12 ½ jaar China is hij getrouwd met Alice en samen hebben ze een geweldige dochter Joanna. Ze wonen ongeveer een half uur rijden van de farm in Weifang. Deze stad ligt op ongeveer dezelfde breedtegraad als Gibraltar en heeft met de bijbehorende dorpen eromheen 8 miljoen inwoners. Ondanks het feit dat ze thuis Engels spreken heeft hij Chinees leren spreken en Chinese vrienden gemaakt. 



Hoe ben je in aanraking gekomen met de nertsenhouderij?

Hans werkte na zijn middelbare agrarische opleiding in de melkveehouderij en kwam op uitzendbasis in aanraking met de pelsdierenhouderij. Het was liefde op het eerste gezicht en hij besloot om in deze interessante bedrijfstak verder te gaan. Voordat besloten werd om te emigreren heeft hij onder meer op het pelsdieren onderzoeksbedrijf van de NFE gewerkt.

Was het je droom om in China te gaan werken?

Helemaal niet, vertelt hij stellig. Vanaf ongeveer zijn 16e was hij wel heel geïnteresseerd om te emigreren naar Noord-Amerika, maar het toeval wilde dat hij gevraagd werd om een farm in China te gaan runnen. De farm was net gebouwd en de dieren waren nog niet eens een half jaar daarvoor vanuit Denemarken ingevlogen. Amper 2 weken voor de paartijd is hij er begonnen als bedrijfsleider.

Het was een hele verandering: de taal, de cultuur, de omvang van de farm en er moest ook voer gemaakt worden. Het was en is nog steeds wennen aan de totaal andere wijze hoe Chinezen in het leven staan. Hans is opgevoed met volgens de Christelijke normen en waarden, waarbij respect voor mens en dier erg belangrijk zijn. Dit respect voor mens en dier wordt op een geheel andere wijze in China ingevuld, maar op zijn farm worden toch de “westerse” waarden en normen gehanteerd. 


Hoe heb je je bedrijf met zowel farm als voerfabriek georganiseerd?

Om het bedrijf te kunnen managen heeft hij het bedrijf opgesplitst in de afdelingen farm, voerfabriek, technische dienst en de administratie. De farm is onderverdeeld in 6 afdelingen met een afdelingshoofd en 1 persoon die de verschillende afdelingen controleert. Elke maandag is er een teamoverleg, waarbij alle afdelingshoofden aanwezig zijn.

De man/vrouw verhouding bij het bedrijf is ongeveer 20/80, waarbij het overgrote deel van het farmpersoneel uit vrouwen bestaat. Hans vindt dat de vrouwen veel zorgzamer zijn voor de dieren en prima in staat zijn om alle farmwerkzaamheden uit te kunnen voeren.



Hoe hou je het overzicht op je farm?

Hans is gebruiker van Mink Vison van het eerste uur. Met Mink Vision worden door hem alle relevante bedrijfsgegevens op eenvoudige wijze bijgehouden. Het is daarmee heel gemakkelijk geworden om met de benchmark te zien waar je problemen liggen en vervolgens met de analyse het probleem op te sporen. Aanvankelijk heb je wel een beetje discipline nodig bij het invullen van de gegevens, maar het is nu een dagelijkse routine geworden. Samen met het team van Ampart wordt er gebrainstormd over uitbreidingen van het programma.


Hoe kom je aan goed personeel

In de beginjaren was het heel gemakkelijk om aan personeel te komen. Het was dan ook gewoon het personeel opleiden in de werkzaamheden, zoals hoe met de dieren om te gaan, en selecteren naar geschiktheid. Het moeilijke bij het vinden van goed personeel is dat de mensen voornamelijk voor het geld komen en niet omdat ze het werken met de dieren zo leuk vinden. Verder is het lastig om te gaan met de houding “niet zelf nadenken, want er wordt voor je gedacht”. Maar hiermee zijn de inwoners van China mee groot gebracht en dat is moeilijk te veranderen.

Tegenwoordig met de uitbreiding van de industrieterreinen is het werven en vasthouden van personeel een stuk moeilijker geworden. De mensen werken liever tegen een lager salaris in fabrieken met airconditioning dan op de farm waar de temperaturen variëren tussen de -25 en 40 graden Celsius. Daarnaast vergrijst China, waardoor het werven extra lastig is geworden.


Hoe was het om ook het voer te moeten maken?

Dat was in het begin ook heel erg moeilijk. Maar met hulp van Hans Pedersen en sinds 2010 van Herold Hissink heeft Hans veel kennis opgedaan. Omdat in de Chinese eetcultuur bijna alles wordt gegeten zijn er weinig reststromen zoals in Europa. En wat niet geconsumeerd wordt door mensen is dan voor nertsen ook bijna niet te vertrouwen. Selectie van de juiste grondstoffen en de juiste leverancier was dan ook een hele klus, maar is inmiddels behoorlijk op peil. Maar natuurlijk moet je altijd alert blijven.


Wat zijn je 3 grootste uitdagingen voor je bedrijf?

1. Met stip op 1 is dat de warmte in de zomer. De temperatuur in juli en augustus is overdag gemiddeld 35 graden en ’s nachts koelt het af naar slechts 28 graden. Op de farm zijn tussen de sheds bomen gepoot om schaduw te geven en de watercups worden heel erg vaak gevuld zodat de dieren zich kunnen natmaken. Natuurlijk wordt er ’s nachts gevoerd.

2. Het personeel het “gevoel” voor nertsen bij te brengen. Dat betekent voortdurend opleiden, controleren en selecteren. Je wordt er soms moedeloos van, maar het is niet anders.

3. Personeel vinden die volgens het “westerse” model met Hans meedenken over de taken, waar het beter kan en het tempo aangeven. Door wekelijks de taken nauwkeurig te omschrijven, te controleren en deadlines te stellen gaat het best goed. 



Inmiddels regel je ook de verkoop. Kun je wat vertellen over wat er anders gaat dan in bijvoorbeeld Europa?

Naast levende fokdieren verkoop die natuurlijk vanwege de marktsituatie van jaar tot jaar erg veranderlijk is worden de pelzen meestal gelooid verkocht. Een enkele maal wordt er een prijs gemaakt op basis van de dieren die in de ren zitten. De koper is er vervolgens bij wanneer de dieren gedood en gepelsd worden. De huiden gaan ongeschraapt weg.

De overige pelzen worden tegenwoordig allemaal gelooid om vervolgens op het eigen bedrijf gesorteerd te worden naar maat en kwaliteit. De kopers controleren de vellen hoe en waar ze gelooid zijn. Wat natuurlijk afwijkend is dat de kopers de maat van de vellen bepalen door de gelooide vellen te wegen.

Ondanks dat Hans zijn vellenkopers aardig kent blijft het oppassen geblazen. Een Chinees vertrouwt (in zaken) niemand. Maar dat heeft natuurlijk ook zo zijn redenen, dus Hans moet altijd in zijn achterhoofd houden dat zijn Chinese zakenpartners misschien ook niet te vertrouwen zijn.


Hoe zie je de ontwikkelingen van de nertsenfarms in China?

Ten opzichte van 3 jaar geleden is de productie meer dan gehalveerd. In tegenstelling tot in Europa en Noord-Amerika is er geen sprake van familiebedrijven en traditie. Daardoor schakelen de Chinese bedrijven sneller over naar een andere activiteit.

Ook zijn er verhalen bekend dat nertsenfarms moeten sluiten vanwege aangescherpte milieueisen. Echter meer waarschijnlijk is dat de grond gebruikt gaat worden voor stedenbouw of industrieterreinen.


En de consumptie van bont?

China is heel erg groot. In het noorden is bont vanwege de kou functioneel, terwijl er in het midden en zuiden meer sprake is van bont als mode. De interesse in bont is er nog steeds, maar een grote groep Chinese consumenten heeft het financieel moeilijker. Voor de middenklasse zijn de kosten van huisvesting en onderhoud zodanig gestegen dat er te weinig geld overblijft voor luxeartikelen. Natuurlijk speelt het anti-corruptie beleid ook een rol. Het gebruik van luxeartikelen is daardoor ook gedaald.

Maar anti-fur bewegingen, gesteund door PETA, ontstaan nu ook in China. Hans ziet dat vooral bij de jeugd, vanwege invloed van t.v. en internet, er een verschuiving komt hoe ze over het welzijn van dieren gaan denken.

Hans probeert zelf door aandacht voor het welzijn van de dieren te promoten bij collega’s en het voorkomen van verspreiden van “ongewenste” beelden door kopers zijn steentje bij te dragen in de P.R. van bont.



Tot slot, ben je nu een Chinese Nederlander of een Nederlandse Chinees geworden?

Lachend geeft hij aan dat hij meestal 1 keer per jaar naar Nederland gaat, maar wanneer hij in Nederland is hij zich er niet helemaal meer thuis voelt. Aan de andere kant in China blijft hij altijd die “lao wai 老外” (=buitenlander).